| De Duc eind 1900
Deze koets is uit Duitsland afkomstig en vermoedelijk gebouwd
aan het eind van de vorige eeuw. Vooral als damesrijtuig genoot het grote bekendheid.
Het heeft een afneembare bok en knechtenbank.
Door de koetsier werd het gereden vanaf de voorbok, de knechtenbank was dan
verwijderd. Voor damesgerij werd de voorbok eraf gehaald en werd achter op het
rijtuig de knechtenbank geplaatst, die dan door een palfrenier werd bezet. Dit
rijtuig werd ook wel à la daumont gereden; zonder bok. Dames reden dus
vanaf de achterzitting, meestal met een span niet al te grote maarden met mooie
gareeltuigen

Deze Victoria dateert van 1880. Dit specifieke zomergerij werd
in vroeger dagen met mooi weer gebruikt voor het afleggen van theevisites en
voor het maken van uitstapjes en promenades? Het werd veel gezien in parken,
waar het de dames een prachtige gelegenheid bood hun nieuwste toiletten te showen.
Sommige waren uitgerust met een afneembare achterbank en bok, zodat mevrouw
vanaf de achterzitting kon mennen, terwijl de koetsier dan op de zogenaamde
knechtenbank zat. In dat geval heette dit rijtuig de Duc (cfr. Hierboven)
Wanneer er met één paard gereden werd, reed gewoonlijk de koetsier
of de palfrenier. Altijd met een gareeltuig. Een bespanning met twee paarden
werd gereden met koetsier en palfrenier.
Het rijtuig dankt zijn naam aan koningin Victoria, die op latere leeftijd een
duidelijk voorkeur voor dit rijtuig toonde vanwege de lage instap. De koets
bood een ruim uitzicht zowel naar links als naar echts. In de meeste gevallen
was het nog voorzien van een kinderbankje dat onder de bok kon worden opgeborgen.
Onder de bok bevond zich bovendien nog een opgerold leren voetenkleed dat bedoeld
was als bescherming tegen plotseling opkomende regenbuien. De Victoria is door
de tijd geen een veel gezien rijtuig geweest en ontbrak in vrijwel geen enkele
stal.
De Kerkbrik uit de laatste helft van de 19de eeuw
De
meeste kerkbrikken zijn afkomstig uit de laatste helft van de negentiende eeuw.
Aanvankelijk was deze brik op plattelandsbuitens in gebruik voor vervoer naar
de kerk en bezoeken aan pachters. Het werd gereden door een koetsier in uniform,
zonder palfrenier. Er stond een paard of een span voor in eenvoudige regentuigen.
Toen het rond de eeuwwisseling de boerenstand voor de wind ging, werden deze
brikken alom aangeschaft. In de eerste plaats voor het genoemde kerkbezoek,
later ook om op visite te gaan of voor andere doeleinden.
Achterin het rijtuig werden zijden rolgordijntjes aangebracht. In geval men
dat wilde konden deze worden neergelaten. Deze rijtuigen behoorden meestal tot
de duurdere soorten en waren gemaakt van note-of mahoniehout, blank gelakt en
van duurzame bekleding voorzien. Rijdend in een kerkbrik draagt men kleding
uit de streek, zoals deze rond de eeuwwisseling gedragen werd, met zwarte schoenen,
geen klompen.
|